Verhouden de indicatoren van gemeenteraad Amsterdam zich tot de doelen?

Er worden doelen gesteld voor het beleid van de coalitie waarbij de activiteiten en de indicatoren instrumenten zijn voor gemeenteraad Amsterdam om te controleren of het beleid effectief is.

Helaas worden te Amsterdam zelden resultaten overlegd door het college van B&W. Mede hierdoor ingegeven is er een nieuwe werkwijze aangekondigd voor het ambtelijk apparaat waarbij de uitvoering meer centraal moet staan.

Maar als de indicatoren zich niet verhouden tot het doel, wordt de raad nog steeds niet goed in stelling gebracht.

 

Ondergetekende somt uit het hoofd een aantal kengetallen, indicatoren dan wel onderzoeken op die het effect van het beleid moeten weergeven maar waarvan de vraag is of dit werkelijk gebeurt.

 

Zo zijn er financiële kengetallen voor de externe schuld die objectief moeten weergeven of deze schuld houdbaar is. Merk op dat er ook een interne schuld is met het omslagstelsel maar hier geen indicator voor is. Er is niets bekend van deze interne schuld, waarbij de reserves en de voorzieningen worden ingezet om projecten te financieren opdat er geen schuld bij de bank hoeft te worden aangegaan. Maar voor de externe schuld is er netto schuldquote die naar rato weergeeft of deze schuld houdbaar is. De aangegane leningen bij de bank worden ermee afgezet tegen de begroting. De uitkomst ervan, een percentage, geldt tevens als vergelijkingsmateriaal voor gemeenten onderling.

Probleem hierbij is dat het gros van de begroting niet kan worden aangewend voor de externe schuld. Het financieel kengetal netto schuldquote is daarmee artificieel, eigenlijk kan je er niets mee terwijl het wel een belangrijk meetinstrument is. Het zou beter zijn om de lasten van die externe schuld af te zetten tegen dat deel van de begroting dat kan worden aangewend voor die externe schuld. Tegelijk hanteert Gedeputeerde Staten als toezichthouder op de financiën van gemeenten deze schuldquote, waarmee de begrotingen van de desbetreffende gemeenten op gelijke voet worden geplaatst terwijl deze begrotingen anders in elkaar steken.

Feitelijk verbetert de netto schuldquote wanneer een gemeente een grote som inkomensdeel Participatiewet ontvangt, idem tav Wmo etc. Oordeel zelf of dit een juiste maatstaf is, ook om die gemeenten onderling te vergelijken.

Soortgelijk verhaal is er ook ten aanzien van de solvabiliteit, welke weergeeft hoe de externe schuld zich verhoudt tot het bezit. Een gemeente heeft oa maar niet beperkt tot dit lantaarnpalen op de balans staan, bruggen en te Amsterdam tot voor kort tramrails. Anders dan bij een commercieel bedrijf kan dit bezit niet worden aangewend voor de externe schuld. Ook hier herken je een artificieel meetinstrument dat bij nadere beschouwing eigenlijk onbruikbaar is.

 

Een ander meetinstrument dat de gemeenteraad in staat moet stellen om objectief het beleid van het college van B&W te controleren, is de Amsterdamse CO2-uitstoot. Los van het feit dat hier erg veel nog onbekend is, en de vraag zich opwerpt of elke gemeente individueel dat zelf moet berekenen, wordt dit te Amsterdam gebaseerd op een landelijk cijfer. Berekend wordt wat het Amsterdamse deel van die landelijke uitstoot zou zijn, iets waar je al vraagtekens bij kunt plaatsen, waarop dit als ‘Amsterdamse CO2-uitstoot’ wordt weergegeven. Vervolgens wordt gesteld dat er beleid wordt gevoerd om dit cijfer naar beneden te krijgen.

Hier klopt iets niet. Het beleid van het college komt niet tot uiting in die Amsterdamse CO2-uitstoot als zodanig, het is het beleid van de regering en de EU dat wordt weergegeven ermee. Sluit het kabinet ergens te lande een kolencentrale bijvoorbeeld, dan daalt de ‘Amsterdamse CO2-uitstoot’. En andersom. De resultaten van het beleid te Amsterdam zitten wel verwerkt in dat landelijke getal, maar worden er niet mee weergegeven.

 

Een onderwerp dat van ander gehalte is, betreft het vocabulaire van de jongste scholieren waar een programma voor is om dit te verbeteren. Na vijf jaar rapporteren erover bleek opeens dat de data ontbreken om resultaten te overleggen. Ondergetekende viel van z’n stoel toen hij dit las, wat loop je dan al die jaren te ‘rapporteren’ …

 

Zo is er veel meer waarvan het de vraag is of de meetinstrumenten, of kengetallen, voor de gemeenteraad daadwerkelijk de raadsleden in staat stellen om objectief te controleren of het college van B&W de doelen haalt welke gesteld zijn en waarvoor aanzienlijke bedragen worden aangewend. Feit is dat te Amsterdam er jaar in jaar uit zelden resultaten worden overlegd.

 

Bovenstaand is voor raadsleden nooit onderwerp, zij mengen zich hier niet en prefereren veelal met beperkte spreektijd meer politieke/strategische inzet. Toch zou het onderwerp mogen zijn.