Categorieën
Amsterdam; Politiek & Bestuur

Financiële analyse coalitieakkoord Amsterdam

GroenLinks, D66, PvdA en SP sloten het coalitieakkoord getiteld ‘Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ (PDF).

Zoals al eerder bericht is deze titel misplaatst pretentieus omdat het beleid van de vorige coalitie wordt voortgezet, of anders het beleid in lijn is van wat al aanstaande was, zoals (de wereldwijde trend) autoluw en aardgasvrije wijken. Er zijn nu enkele extra’s, zoals extra geld voor Kunst & Cultuur en buurtbudgetten. Het coalitieakkoord werd door mij eerder omschreven als dezelfde maaltijd maar nu ook met cayennepeper en paprikapoeder, terwijl de vorige coalitie zich genoodzaakt zag zich te beperken tot zwarte peper en zout. De paprikapoeder en zeker de cayennepeper worden flink benadrukt, vorm, zoals met de 24-uursopvang voor ongedocumenteerden (7 miljoen euro per jaar) en nog het een en ander waarmee het links karakter wordt benadrukt, maar dit is goeddeels vorm, een belangrijk facet in de politiek.

Dat het beleid van de vorige coalitie wordt voortgezet laat zich goed herkennen in de aflopende incidentele middelen, waarvan veel in het Sociaal domein: deze worden veelal opnieuw ter beschikking gesteld. De nieuwe wethouders zullen vast een eigen smaakje toevoegen, maar al met al blijft het dezelfde maaltijd.

De extra bestedingen worden gefinancierd met extra aangeboorde middelen, zoals verhoging toeristenbelasting (van 20 miljoen euro in 2019 oplopend tot 105 miljoen euro in 2021 jaarlijkse verhoging) en OZB (6,3 miljoen euro in 2019 oplopend naar 15 miljoen euro per 2022), en het kostendekkend maken van de leges en afvalstoffenheffing, respectievelijk 6,4 miljoen euro en 14 miljoen euro, per jaar. De energietransitie, 150 miljoen euro verdeeld over vier jaar, wordt gefinancierd met grondopbrengsten, wat mede mogelijk is door een hoger aantal nieuw te bouwen woningen op voorhand in te boeken: van 5.000 naar 7.500.

De coalitie heeft ook afgesproken om parkeertarieven voor bezoekers te verhogen, en boekt jaarlijks 30 miljoen euro extra inkomsten in, vanaf 2019. Tegelijk is afgesproken om 7.000 tot 10.000 parkeerplekken te hebben opgeheven in 2025. Natuurlijk is dit laatste een majeur beleidsonderdeel, maar het was al aanstaande. Alleen de mate waarin moest nog ingevuld, waarop deze coalitie een flinke stempel drukt.

Tevens is er een bezuiniging ingeboekt van 15 miljoen euro per jaar, maar dit moet nog nader ingevuld, per 2021. Een aanzienlijk bedrag. Ook is afgesproken om de afdracht aan de algemene middelen uit de parkeeropbrengsten te verlagen, wederom per 2021 maar hier staat geen bedrag bij vermeld. Het laat zich raden.

Hier worden dus algemene middelen aangewend voor mobiliteit terwijl dit juist met de parkeeropbrengsten moet worden gefinancierd. Een grote nederlaag voor GroenLinks in de onderhandelingen. Saillant detail: de tarieven voor parkeervergunningen van bewoners blijven gelijk. Dit terwijl zowel GroenLinks als D66 voorstander is deze te verhogen. Hier heeft PvdA-leider Moorman een zege behaald in de onderhandelingen, en een goede ook. SP is ook geen voorstander van die verhoging bewonersvergunningen, maar juist PvdA heeft te vrezen van DENK, waarvan de leider Taimounti zich profileert met lage parkeertarieven, een politieke achilleshiel van ‘links’.

Ik kan niet de gehele financiële paragraaf benoemen, maar speciale vermelding voor de extra middelen voor Handhaving en Afval, van 9 miljoen euro in 2019 oplopend tot 25 miljoen euro in 2022, structureel. De bezuiniging alhier heeft de gemoederen doen oplopen. Een bezuiniging die 30 miljoen euro besloeg, maar  tevens veel breder is dan alleen Handhaving en Afval. Dit heb ik eerder uiteengezet, ook omdat er een verkeerd beeld was ontstaan.

Prioriteit van deze coalitie, waar veel goede sier mee is gemaakt, betreft het autoluw maken van de stad. Programma Fiets en Openbaar Vervoer hangen hiermee samen. Hier ga ik nader op in omdat zich hier grote tekorten dreigen voor te doen. Dit heeft te maken met het Mobiliteitsfonds, waar de parkeeropbrengsten in terechtkomen, jaarlijks rond de 200 miljoen euro, waarmee onder andere deze programma’s worden gefinancierd.

Autoluw en Programma Fiets zijn niet financieel ingevuld, staan in de financiële paragraaf van het coalitieakkoord omschreven met ‘PM’, ofwel per maatregel, een frase die altijd wordt gehanteerd wanneer het nog onbekend is. De uitvoeringsplannen worden op later moment vastgesteld. Openbaar Vervoer ontbreekt in de gehele financiële paragraaf. Hieronder de desbetreffende financiële paragraaf uit het coalitieakkoord:

Dit moet worden gefinancierd vanuit het Mobiliteitsfonds, waar de parkeeropbrengsten in terechtkomen.

Na aftrek van alle kosten en afspraken, zoals afdracht aan de algemene middelen, resteert hetgeen projecten van worden betaald, waar een reserve voor is, hieronder weergegeven:

De per 2014 opgeheven deelraden in de stadsdelen hadden hun eigen Mobiliteitsfonds, de lopende programma’s worden nog gefinancierd. Binnen enkele jaren resteert alleen het Stedelijk Mobiliteitsfonds, uit deze reserve worden de projecten betaald die hier worden besproken.

Zoals u in de laatste tabel ziet, het staat ook in die begroting vermeld, zijn alle middelen van de reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds al belegd, er zijn al bestemmingen voor. Ofwel, er is per 2022 bijna 40.000 euro, komend van bijna 60 miljoen in 2018. Alle gelden zijn al toegewezen aan projecten, kortweg. Er is geen enkele ruimte momenteel.

Het Stedelijk Mobiliteitsfonds heeft dus geen enkele ruimte voor nieuwe bestedingen. Het bevreemdt dan ook ten zeerste dat de formateur tijdens de informatie schreef (PDF) dat er aanzienlijke incidentele ruimte is. Bovenstaand toont dat hier geen sprake van is bij het Mobiliteitsfonds. Hij zal gedoeld hebben op de grondinkomsten, maar het is geen juiste weergave. Structurele uitgaven vanuit het Mobiliteitsfonds zijn gemaximeerd, omdat tenminste 75% incidenteel moet worden ingezet, “met einddatum”. Zie Verordening Stedelijk Mobiliteitsfonds, artikel 6 lid 4.

De informateur, later tevens formateur, gaf dus onjuiste informatie in zijn verslag, dit mag wel even opgemerkt. Zo heeft hij zich tijdens zijn wethouderschap ook al leren kennen.

Terug naar het begin: de coalitie wil investeren in een autoluwe stad, waarmee Programma Fiets en Openbaar Vervoer samenhangen. Dit moet gefinancierd vanuit het Mobiliteitsfonds maar hier is geen financiële ruimte toe momenteel.

De coalitie verhoogt de parkeertarieven voor bezoekers, ‘in de binnenstad tot 7,50 euro per uur’, waarop in het coalitieakkoord wordt gesteld dat de netto extra opbrengst 30 miljoen euro per jaar bedraagt, ‘voor investeringen in mobiliteit (fiets, autoluw en OV)’. U ziet die 30 miljoen euro weergegeven in bovenstaande tabel uit de financiële paragraaf van het coalitieakkoord.

Ook vindt er een lagere afdracht van de parkeeropbrengsten plaats aan de algemene middelen, waarschijnlijk 15 miljoen euro, gelijk aan de nog nader in te vullen bezuiniging, beide per 2021.

Zo lijken de inkomsten voor het Mobiliteitsfonds te stijgen met 30 miljoen euro, per 2019, en 15 miljoen euro vanaf 2021. Maar er worden ook parkeerplekken opgeheven, 7.000 tot 10.000 in 2025, de financiële impact hiervan staat nergens vermeld. Sowieso ontbreekt het tijdschema. Het valt te betwijfelen dat de jaarlijks ingeboekte 30 miljoen euro extra parkeerinkomsten door verhoging bezoekerstarieven gelijk blijft, alhoewel de financiële paragraaf ons dat wel doet geloven. Of er worden deze collegeperiode helemaal geen parkeerplekken opgeheven, daar lijkt het ook op.

De oplettende lezer heeft al opgemerkt dat het Openbaar Vervoer verder ontbreekt, anders dan voornemens, tot en met hele metrolijnen aan toe. Elk financieel plaatje omtrent deze voornemens ontbreekt in het coalitieakkoord. Dit wordt in de tekst van het coalitieakkoord wel gerelateerd aan de extra parkeeropbrengsten van 30 miljoen euro per jaar maar ontbreekt in de bijgaande financiële paragraaf.

Wel valt te lezen dat er voor Programma Luchtkwaliteit 9 miljoen euro per jaar wordt ingeboekt, gefinancierd uit de 30 miljoen euro extra parkeeropbrengsten. Juich niet te hard, want tot nu staat Programma Luchtkwaliteit voor bijna 12 miljoen per jaar in de boeken. Dit loopt ten einde per 2019, waarop het met 9 miljoen wordt voortgezet. Er wordt hier dus bezuinigd op Programma Luchtkwaliteit, 3 miljoen euro per jaar.

Vervolgens, en daarmee kom ik tot een einde of eigenlijk de cliffhanger, speelt er een heel belangrijk ander punt binnen het Mobiliteitsfonds: onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte. U ziet in de financiële paragraaf van het coalitieakkoord hierboven ook vermeld ‘kades en bruggen’.

Afgelopen bestuursperiode is voor het eerst de staat van de kapitaalgoederen, ‘assets’, in de openbare ruimte in kaart gebracht. Dat was nog nooit gebeurd. Gebleken is dat er grote problemen zijn, die alleen al aan onderzoek tientallen miljoenen euro’s per jaar kosten. Kades, bruggen, tunnels, verhardingen, openbaar groen en meer moeten hersteld of vernieuwd, onder andere omdat einde technische levensduur is bereikt en zelfs overschreden.

Bij de kades betreft het bedragen van 7,5 miljoen euro per jaar aan alleen al onderzoek, aangaande 200 kilometer kade (van de 900 km aanwezige waarvan 600 km de beheerverantwoordelijkheid van de gemeente), maar bovenal 25 miljoen euro per kilometer voor herstelwerkzaamheden. Betreft alleen de kade, niet bv beschermende maatregelen voor woningen langs die kade. Er komt nog veel meer bij kijken.

De draagcapaciteit van de verkeersbruggen onderzoeken kost 11 miljoen euro per jaar extra dan nu al wordt besteed.

Dan heb ik al de andere ‘assets’ nog niet benoemd. Zie brief van het college hierover, in PDF: Collegebrief Rapportage Onderhoud Kapitaalgoederen openbare ruimte (PDF).

Afsluitend, Openbaar Vervoer ontbreekt in de financiële paragraaf, maar bovenal het urgente herstel van kades en bruggen etc, de kapitaalgoederen openbare ruimte. Dit kan niet uitgesteld, alhoewel de coalitie erop lijkt te hinten dat autoluw maken van straten, of afsluiten zelfs, een nieuw feit met zich meebrengt, namelijk dat die kades en bruggen dan niet meer zo worden belast. Dan zien de herstelwerkzaamheden er anders uit, misschien, maar feit blijft dat einde technische levensduur is bereikt voor veel ‘kapitaalgoederen openbare ruimte’.

Alleen al het onderzoek van laatstgenoemd kost 20 miljoen euro minimaal, per jaar. De reserve Mobiliteitsfonds is volledig belegd, daar is geen ruimte voor nieuwe bestedingen. De 30 miljoen euro jaarlijks extra parkeerinkomsten dekt Programma Luchtkwaliteit en onderzoek kades en bruggen, maar niet veel meer dan dat.

Dit, terwijl herstel van de kades urgent is, en 25 miljoen euro per kilometer kost. We hebben 200 kilometer te gaan, als het tegenzit. Lees: 5 miljard euro. Hoeveel het herstel van de bruggen kost is onbekend, maar dat loopt ook in de vele miljoenen. Dan moet het groen, de verhardingen etc ook nog onderzocht en gedeeltelijk hersteld, maar dit zijn andere bedragen en kan op andere wijze deels in voorzien.

Maar de kades en de bruggen, specifiek het urgente herstel wat tientallen miljoenen per jaar zal bedragen, dat is niet gedekt momenteel, en dan moet alles nog meezitten, zijn zoals nu voorgehouden.

Dan laat ik de voornemens van de nieuwe coalitie met het Openbaar Vervoer nog onverlet. Hier is geen ruimte voor met de financiën zoals nu overlegd.

Uitkomst ongewis, wethouder Dijksma gaat ermee aan de slag.

Door Rolf Uhlhorn

Simpele Amsterdammer