Categorieën
Amsterdam; Politiek & Bestuur

Zicht op bezuinigingen: de mogelijkheden

De coronacrisis slaat enorme gaten in de begroting van de gemeente Amsterdam. Momenteel is onbekend wat de precieze gevolgen zijn maar voor 2020 valt een tekort van honderden miljoenen te voorzien door het wegvallen van veel inkomsten uit de toeristen-, reclame- en parkeerbelastingen, leges en dividenduitkeringen alsook de hogere uitgaven inherent aan de coronacrisis. Dit tekort voor 2020 zal worden opgevangen met de daartoe bestemde weerstandscapaciteit van €365 miljoen die voor het gros bestaat uit de Algemene reserve van €330 miljoen. Deze middelen zijn er om onvoorziene risico’s af te dekken.

Het financieel fiasco met het AEB komt nog bovenop alle ellende, het is maar de vraag of de beschikbare weerstandscapaciteit afdoende is. Waarna de Algemene reserve weer moet worden aangevuld, deze aanspreken is niet gratis.

Dat brengt ons bij 2021 en verder. Wethouder Financiën Everhardt heeft de besluitvorming rond Voorjaarsnota 2020, waar Begroting 2021 de uitwerking van is, uitgesteld tot juli. Tegelijk kondigde hij aan dat niet alle ontwikkelingen bekend zullen zijn dan, er bij de besluitvorming rond Begroting 2021 meer duidelijk moet worden, november van dit jaar.

De tekorten voor 2021 en verder zijn momenteel dus onbekend maar zullen aanzienlijk zijn. Waar kijken de politici dan naar, welke mogelijkheden om te bezuinigen komen op tafel te liggen? Het is van belang om te begrijpen dat de achterliggende geldstromen onderdeel zijn van deze kijk op de zaken. Veel infrastructuur wordt gefinancierd met parkeerbaten, vallen deze weg dan worden die infrastructurele projecten onder de loep genomen. Bezuinigt het Rijk op bv Zorg wat de gemeente uitvoert, dan daalt daar die bezuiniging neer. Alles is momenteel met onzekerheid omgeven.

Veel zal afhangen van het Gemeentefonds, de grootste inkomstenbron van elke gemeente.Wat de coronacrisis met het Gemeentefonds doet is nu onbekend maar de lokaal politici zullen deze ontwikkeling met grote vreze tegemoetzien. Ik denk dat te Amsterdam de politici een kruisje mogen slaan, zogezegd, als de tegenvaller beperkt blijft tot €50 miljoen.

Bezuinigingen zijn onvermijdelijk. De zogeheten nominale compensatie komt dan als eerst in het vizier, de financiering ervan vindt deels plaats via het Gemeentefonds. De vergoeding voor de loon- en prijsbijstellingen per 1 januari van elk jaar, kortweg om de inflatie te compenseren alsook de CAO-stijgingen, is het eerste waar politici naar zullen kijken.

Bijgaand ziet u de geraamde nominale compensatie voorafgaand aan deze coalitieperiode:

Nota Begrotingsruimte 2018-2022
Nota Begrotingsruimte 2018-2022

U kunt op het plaatje klikken om te vergroten, deze opent dan in een nieuw tabblad.

Naderhand is de nominale compensatie meermaals bijgesteld terwijl bovenstaande raming al geen 100% compensatie is. De gemeentefinanciën zijn nooit een stilstaand geheel of enkelvoudig feit. Ik geef slechts de orde van grootte weer.

De nominale compensatie is het eerste waar de politici naar zullen kijken. De nominale ontwikkeling niet compenseren betekent een verkapte bezuiniging, zowel de gemeente als de subsidieontvanger moet dan met gelijkblijvende inkomsten de, per 1 januari, hogere lonen en prijzen betalen. Dit werkt cumulatief, het jaar erop vindt de nieuwe stijging plaats op basis van de wel gëindexeerde lonen en prijzen.

U ziet oplopend tot ongeveer €200 miljoen structureel voor het oprapen bij de nominale compensatie. Dit is het eerste waar de politici naar zullen kijken. Edoch: rechtse politici herkennen er een kleinere overheid in, maar dier linkse collegae jaagt het de stuipen op het lijf want die zien er een bezuiniging op het sociaal domein in: de subsidieontvangers.

Het kneiterlinks college zal dan ook zeker verder kijken, en komt dan uit bij bijvoorbeeld het fysiek onderhoud van de stad, ofwel ‘Onderhoud kapitaalgoederen’. Zie bijgaand uit Begroting 2020:

Begroting 2020; Onderhud kapitaalgoederen
Begroting 2020; Onderhoud kapitaalgoederen

Wederom, klik op de afbeelding en deze opent in een nieuw tabblad, ter vergroting.

Reken je niet rijk met de €400 miljoen die je daar treft, het onderhoud van de stad versoberen is niet zonder gevolgen. Zie kades & bruggen-problematiek (‘Civiele kunstwerken’). Sowieso heeft de coalitie er aan het begin ervan al naar gekeken, te herkennen aan dalende lasten voor verhardingen. Er is hier al bezuinigd.

Nog beter, er is al veel achterstallig onderhoud, waarvan de kades en bruggen de bekendste zijn. Hiertoe is programma Stadsbehoud gestart. Dit achterstallig onderhoud wegwerken vergt zeer grote uitgaven, waartoe wethouder Dijksma bezig was dit goed in kaart te brengen. Financiering ervan komt van de parkeer- en grondopbrengsten maar er zal ook een beroep moeten worden gedaan op de algemene middelen. Wethouder Dijksma gaf vorig jaar al een voorproefje van wat te wachten staat: €150 miljoen structureel (!!!). Momenteel is er €200 miljoen gereserveerd in deze raadsperiode voor herstel kades en bruggen maar ook dit is niet voldoende. Zie onderstaand, de brief van wethouder Dijksma, juli 2019:

wethouder Dijksma, financiering herstel kades en bruggen
Brief juli 2019 wethouder Dijksma, financiering herstel kades en bruggen

U leest het goed, er moet nog geld bij voor het herstel van de kades en bruggen, en erg veel ook. Wethouder Dijksma heeft al meermaals nadrukkelijk gesteld dat dit noodzakelijk herstel betreft, er niet op bezuinigd kan worden. Maar dat zal de gemeenteraad niet weerhouden hier grondig naar te kijken. Bedenk in dezen dat de huidig politici nijdig zijn dat zij opdraaien voor dit decennialang achterstallig onderhoud, dit ten koste gaat van hun ambities met de stad.

Huidige stand van zaken is dat er nog bergen geld extra moeten worden toegelegd op het achterstallig onderhoud. Terwijl bezuinigingen het onderwerp zijn.

Verder zijn er de investeringen, jaarlijks €600-900 miljoen afgerond, in 2020 is dit €707 miljoen waartoe in de begroting een bedrag van €37,5 miljoen is opgenomen om dit te financieren, de zogeheten kapitaallasten, waarbij opgemerkt dat er tegenover rendabele investeringen opbrengsten staan, zoals huurinkomsten. Zie bijgaand overzicht uit Begroting 2020:

Investeringsvoorstellen 2020

Deze investeringen maken deel uit van het Meerjarig Investeringsplan (MIP), onderstaand weergegeven tezamen met de gronduitgiftes (een grote inkomstenbron van de gemeente Amsterdam):

Ontwikkeling investeringen materiële vaste activa

Ter informatie ook bijgaand, de grootste investeringen weergegevem:

De grootste investeringsprogramma's
De grootste investeringsprogramma’s

Deze investeringen staan los van andere programma’s zoals het bekende herstel van de kades en bruggen. Hierop bezuinigen werpt de stad Amsterdam terug in plaats van vooruit, en, zie de kapitaallasten, zal bij lange na niet de tekorten dekken.

Langzamerhand begint de financiële nachmerrie van de huidige coalitie duidelijk te worden, en we zijn er nog niet. Want, u had het al bedacht: bezuinigen op de organisatie is optioneel. Ten eerste, het schrappen van de nominale compensatie is al een verkapte bezuiniging op de organisatie gemeente Amsterdam. Maar, er staat al een besparing van €51 miljoen op de organisatie in de meerjaren-begroting, waarvan de opbrengst al bestemd is. En bezuinigen op de organisatie is niet des links’, de linkse coalitie ziet in een crisis juist ook aanleiding voor een sterke overheid, voor zover het sowieso al een linkse hobby is, bezuinigen op het apparaat.

De hoofdbrekens zijn nu al te talrijk, en dan moet ik helaas nog meegeven dat er al een gat van €35 miljoen in de begroting zit: een eerdere daling van het Gemeentefonds is niet verwerkt, de uitgaven zijn niet aangepast eraan met uitgaven zonder dekking tot gevolg, á €35 miljoen.

Alles bij elkaar opgeteld, bovenstaand zijn de prioriteiten van de coalitie van GroenLinks, D66, PvdA en SP buiten beschouwing gebleven: sociaal domein en duurzaamheid. Momenteel is alles met onzekerheid omgeven, maar het lijkt erop dat ook deze prioriteiten niet kunnen worden ontzien. Zo is de uitname van €150 miljoen ten laste van de grondbrengsten om tien jaar eerder een aardgasvrije stad te zijn gedaan onder hoogconjunctuur. Tevens is zowel het bedrag als jaartal 2040 nooit onderbouwd. Wat we wel weten is dat de woningcorporaties leidend zijn in deze ambitie maar deze het eigen tempo tot 2050 aanhouden. Deze duurzaamheidsambitie is een lege huls gebracht met holle frases, verder niets. Tot voor kort groeide voor de coalitie het geld aan de bomen maar alles is plots anders door de coronacrisis. Het geeft dan ook geen pas om deze duurzaamheidsambitie overeind te houden. Sowieso lijken bezuinigingen op het sociaal domein ook onontkoombaar. Dit betreft Sociale Zaken, Onderwijs, Zorg en Kunst & Cultuur. Hoe of wat, in juli weten we iets meer maar in november zullen de meeste, en zwaarste, besluiten moeten vallen, bij vaststelling Begroting 2021, incluis meerjaren-begroting.

Er is één mogelijkheid om extra inkomsten te vergaren: meer dure huizen bouwen. De kneiterlinkse nachtmerrie zal maanden duren, met kneiterlinkse hoofdpijn eropvolgend.

Door Rolf Uhlhorn

Simpele Amsterdammer