Onvolkomenheden in Gemeentewet hoofdstuk XIV; de administratie en de controle


Gemeentewet artikelen 212 en 213 leggen vast dat de gemeenteraad de uitgangspunten van en de controle op het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie moet verordenen. Zie: Gemeentewet.

Hier doet zich een tweeledig probleem voor: de inrichting van de financiële organisatie is optioneel wat kwaliteit en continuïteit betreft.

 

De inrichting van de financiële organisatie hoort niet onderhevig te zijn aan politieke verhoudingen of personele invulling zoals gemeentesecretaris of desbetreffende directeuren.

Tevens is het voor een gemeenteraad feitelijk ondoenlijk zo niet onmogelijk om te borgen dat hier op correcte wijze invulling aan wordt gegeven, en dit wordt nageleefd. Daarvoor is de financiële organisatie een te complex en te specialistisch geheel.

 

Dit is een hiaat, of lacune, in de wetgeving. De wetgever moet hier de verantwoordelijkheid nemen door zowel kwaliteit als continuïteit van de financiële organisatie van een gemeente te borgen. De wetgeving moet hier specifieker invulling aan geven.*

 

*eventueel Gedeputeerde Staten die goedkeuring moeten verstrekken, een standaard hanterend naar grootte      van de gemeente