In gewoon Nederlands: de bestuurscommissies zijn een poging tot voortzetting van de deelraden

De deelgemeenten zijn per 19 maart 2014 opgehouden te bestaan, nadat de wet tot afschaffing deelgemeenten in werking trad. Dit stuitte op groot bezwaar van de mensen binnen gemeentebestuur Amsterdam die het op dat moment voor het zeggen hadden.

De gemeente Amsterdam zette een nieuw bestuurlijk stelsel op: de bestuurscommissies werden in het leven geroepen. De wetgever heeft als bedoeling dat bestuurscommissies een beperkt takenpakket hebben, met bijgaande beperkte bevoegdheden. Dit in tegenstelling tot deelgemeenten die een hoge mate van autonomie kenden. Zeker in Amsterdam, het ging zelfs zo ver dat een stadsdeel door de rechtbank Amsterdam als rechtspersoon is aangemerkt, in weerwil van de relevante en aanverwante wetgeving.

De gemeente Amsterdam heeft alles in het werk gesteld om de deelraden voort te zetten onder de noemer ‘bestuurscommissies’. Hier gaat een technisch verhaal achter schuil, maar misschien is een verwijzing naar de vergoedingen voor de bestuurscommissieleden afdoende: deze is nagenoeg gelijk aan die van de toenmalig deelraadsleden, en verhoudt zich niet tot hetgeen is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit vergoedingen raads- en commissieleden. De hoogte van de vergoedingen aldaar is in het verlengde van een beperkt takenpakket, terwijl de gemeente Amsterdam dit bedrag meer dan verviervoudigt, of meer dan verdubbelt. Verschil is ingegeven door de frequentie van vergaderen: twee of vier keer per maand.

Daar waar de deelraden hun eigen bevoegdheden hadden, worden de bestuurscommissies nu een adviserende rol toebedeeld. Dat dit artificieel is, komt goed tot uiting bij de bestemmingsplanprocedures: de bestuurscommissies handelen deze af, de gemeenteraad neemt de besluiten onbehandeld, zelfs ongezien. Raadsleden verwijzen ter onderbouwing hiervan naar de bestuurscommissie, stellen dat het al is behandeld. Dit, terwijl de gemeenteraad als enige bevoegd is om dat besluit aangaande bestemmingsplannen te nemen. Dat gebeurt dan ook, maar wel onbehandeld en ongezien.

Dat de gemeente Amsterdam de Gemeentewet, met aanverwante wetgeving, terzijde schuift, kan als ‘ongewenst’ worden betiteld. Maar, het gaat verder, want het stelsel komt in botsing met zichzelf, omdat bestuurscommissieleden zichzelf als politici zien, wat deze bij wet niet zijn. Bestuurscommissies zijn soort afdelingen binnen de gemeente Amsterdam, staan op gelijke hoogte met de ambtenarij. Maar de bestuurscommissies spelen een politiek spel, de leden achten zich immers politici, waarbij de positie van de burger in het gedrang kan komen. Dit speelde zich eerst af met de bestemmingsplanprocedures, momenteel is een politiek spel gaande omtrent de Openbare Ruimte, het onderhoud dezes.

Dat het huidig bestuurlijk stelsel als artificieel valt te omschrijven, komt ook tot uiting met die adviserende rol van de bestuurscommissies. Immers, de Gemeentewet verbiedt functionarissen werkzaam binnen het bestuur om het gemeentebestuur te adviseren. Kortweg: het gemeentebestuur kan niet zichzelf adviseren. Hier is met de Verordening op de bestuurscommissies een oplossing voor gevonden: betreffend wetsartikel is getracht buiten werking te stellen (“met uitzondering van Gemeentewet artikel 36b sub r”). Dat dit niet is gelukt, zal ik in een ander bericht weergeven. Maar, er wordt wel naar gehandeld. Dit is niet artificieel, maar illegaal.