Categorieën
Amsterdam; Politiek & Bestuur

Begroting 2021 Amsterdam; kleine analyse

De coalitie van GroenLinks, D66, PvdA en SP kiest ervoor om, gelijk aan het kabinet en de EU, in de coronacrisis met concept-begroting 2021 gemeente Amsterdam (PDF 14 MB) zo min mogelijk te snijden in de uitgaven en weet een record-begroting te presenteren, er vindt ten opzichte van 2020 een sterke stijging plaats van 700 miljoen naar 6,9 miljard voor 2021. Dit is zo’n 20% hoger dan de laatste begroting van de vorige coalitie die 5,8 miljard besloeg. De coalitie bezuinigt nu niet maar boekt besparingen voor de volgende raadsperiode in.

Burgemeester Halsema weet zelfs miljoenen per jaar te vinden om het 750-jarig bestaan van de stad Amsterdam voor te bereiden, met festiviteiten in 2025. De voorbereidingen vangen al aan voor 3 miljoen per jaar, en dat vier jaar achtereen. Het illustreert feitelijk een feestbegroting, hoe vreemd dat ook in de oren klinkt gezien de omstandigheden.

Het financieel beeld van begroting 2021 toont een door de coronacrisis ingegeven negatief effect van 125 miljoen (75 miljoen toeristenbelasting en 50 miljoen dividend). Tegelijk dalen de parkeerinkomsten met 25 miljoen maar dit gaat ten laste van het Stedelijk Mobiliteitsfonds en is niet direct van invloed op de begroting.

De Algemene reserve is er om onvoorziene tegenvallers op te vangen, wat gebruikelijk achteraf plaatsvindt. Zo is Jaarrekening 2019 (PDF 17 MB) afgesloten met een tekort van 83 miljoen wat ten laste is gebracht van de Algemene reserve. Dit was goeddeels toe te schrijven aan tegenvallers op AEB van 75 miljoen en Specialistische Jeugdzorg, 11 miljoen.

Dat is niet anders met concept-begroting 2021, met dien verstande dat de Algemene reserve nu op voorhand wordt aangesproken. Terwijl het effect van de coronacrisis op de begroting 125 miljoen beslaat, wordt de Algemene reserve voor 193 miljoen aangesproken. De uitgaven zijn bijna 70 miljoen meer dan er aan inkomsten tegenover staan, een kunstje dat voor 2022 ook is begroot met een negatief effect door de coronacrisis van 110 miljoen (60 miljoen toeristenbelasting en 50 miljoen dividend) en het aanspreken van de Algemene reserve voor 175 miljoen.

Eerder zagen we al dat Begroting 2020 tekorten kende in de meerjarenbegroting, alsook ingeboekte besparingen op de organisatie maar deze worden doorgeschoven. Dit wordt nu, bijna onzichtbaar en te Amsterdam onbesproken gelaten, verwerkt in begroting 2021, feitelijk door de Algemene reserve aan te spreken.

Verder is de sterke stijging van begroting 2021 met 700 miljoen voornamelijk ingegeven door het, meer dan gebruikelijk, aanspreken van reserves en het naar voren halen van investeringen om de economie te stimuleren tijdens de coronacrisis. Hierbij legt de coalitie de nadruk op de 78 miljoen voor Duurzaam Herstel (PDF 1 MB), ‘een banenmotor voor duurzaam economisch herstel’. Ook verhoogt de coalitie de OZB met 36 miljoen structureel en de Afvalstoffenheffing stijgt van 130 miljoen in 2020 begroot naar 165 miljoen voor 2021 geraamd met latere stijging naar 200 miljoen in 2024, waarbij opgemerkt dat die stijging ASH tegelijk zorgt voor meer kwijtschelding ervan, ingegeven door de techniek die schuilgaat achter dit politiek besluit (de berekening van die kwijtschelding).

Al met al is er voor 2021 geen ruimte meer om tegenvallers op te vangen, ook niet met de Algemene reserve.

De coalitie spreekt elke mogelijke reserve aan en legt stevig beslag op toekomstige begrotingen van volgende coalities. De reserve Afkoop Erfpacht-sommen wordt, zeer ongebruikelijk, voor 500 miljoen aangesproken om de Algemene reserve aan te vullen, wat zoals u bovenstaand geïllustreerd ziet niet slechts is om tekorten ingegeven door de crisis op te vangen. Hiermee worden niet alleen toekomstige coalities maar tegelijk toekomstige generaties belast. De afkoop erfpacht-sommen beslaan periodes tot vijftig jaar, zouden geïnvesteerd moeten worden met rendement voor toekomstige generaties waarvan het de vraag is of dit principe momenteel van toepassing is. De coalitie zegt dit ‘verantwoord’ te vinden.

Het is lastig in te schatten wat precies de gevolgen zijn van alle besluitvorming, juist voor de lange termijn. Zo wordt nominale compensatie uitgekeerd maar of hier een negatieve stelpost Nominaal tegenover staat is mij niet duidelijk. Ook zijn er tegenvallers maar in hoeverre het Rijk hier budget tegenover plaatst, is amper te achterhalen.

Dat de informatiewaarde van deze begroting te wensen overlaat komt ook goed tot uiting in het ontbreken van doelen, activiteiten, indicatoren en streefcijfers zoals bij Duurzaamheid maar niet beperkt tot dat. Dit is een jaarlijks terugkerend verschijnsel en groot gebrek.

Hier is lang niet alles mee gezegd, het is een aantal enkelvoudige feiten maar een begroting van de gemeente Amsterdam kent jaarlijks, onder elke omstandigheid, vele verschuivingen, stijgingen en dalingen, van miljoenen tot en met tientallen miljoenen per stuk. Ook voor 2021, met bijvoorbeeld de actualisatie van het omslagstelsel met stijgende schuld maar dalende rentelasten wat een voordeel geeft van 11 miljoen in 2021, oplopend tot 25 miljoen in 2023. Het Gemeentefonds kent jaarlijks zulke fluctuaties waarvan de stijgende Eigen verdiencapaciteit nu omgezet wordt in de OZB dat 36 miljoen stijgt (waar de linkse coalitie eerder niet voor opteerde). Er zijn tegenvallers bij portefeuille Zorg maar de zogeheten autonome ontwikkelingen zoals actualisatie kapitaallasten kennen weer een plus. Dit is jaarlijks, in Amsterdam gaat dat samen met hoge bedragen.

Hierbij valt op dat de coalitie redelijk hoge inkomsten voor zichzelf inboekt, zoals de 120 miljoen toeristenbelasting of de besparingen op de organisatie oplopend tot 51 miljoen, waarvan te bezien valt in hoeverre dit waargemaakt wordt. Als dat niet gebeurt, gaat dit in 2022 en verder wederom ten laste van de Algemene reserve (of frictiekosten). Lees: ten laste van volgende coalities. De inkomsten lijken artificieel hoog ingeboekt. Zo is bij de grondopbrengsten plots een record van 735 miljoen begroot, een bedrag dat tot stand is gekomen op basis van een rapportage, MPG 2020 (PDF 1,7 MB), opgesteld voordat de coronacrisis begon en al naar beneden is bijgesteld in een actualisatie (PDF 1,2 MB), terwijl de gevolgen van de crisis pas komend voorjaar aan bod komen in MPG 2021. Niets is wat het lijkt, zeker niet in Amsterdam.

Eerder heeft de coalitie van GroenLinks, D66, PvdA en SP in Voorjaarsnota 2019 een besparing ingeboekt van 51 miljoen op de organisatie, na in het coalitieakkoord al een niet-ingevulde bezuiniging van 15 miljoen op te nemen. De coalitie krijgt elke keer de begrotingen rond door toekomstige besparingen op te nemen en daarmee onder de streep op nul uit te komen, een sluitende begroting, maar hier zijn nog amper tot geen aanstalten toe gemaakt. Zelfs een monitor ontbreekt, veelzeggend. Het niet halen van deze besparingen, er staan wel uitgaven tegenover, zal ten laste gaan van het budget van de volgende coalitie. Sowieso moet de volgende coalitie de totale besparing van 102 miljoen op de organisatie realiseren, deze coalitie maakt er amper aanstalten toe, waarbij het zich laat raden hoe coalitiepartijen het spel zullen spelen mochten die dan in de oppositie zitten. Die gaan dan moord en brand roepen.

De ingeboekte besparingen lijken dus niet met de achterliggende gedachte om te besparen, eerlijk gezegd. Het is artificieel, kunstmatig, de begroting sluitend krijgen.

Het Stedelijk Mobiliteitsfonds, met Bestedingsvoorstel SMF Begroting 2021 Amsterdam (PDF 0,1 MB), is een aparte factor. Net als de grondexploitaties kent dit een eigen begroting gevoed door de parkeer- respectievelijk de grondinkomsten. Er zijn meer programma’s dan het budget toelaat, wat al voor de coronacrisis zo was. De inkomsten uit parkeren dalen door de coronacrisis, tegelijk wordt een hogere afdracht aan de algemene middelen ingeboekt om de begroting rond te krijgen. Ook hier zien we de investeringen in de stad erbij inschieten, lees voor toekomstige generaties, om gaten in de begroting te dichten. De coalitie kiest er nadrukkelijk voor om de focus van de bestedingen te leggen op de stadsdelen en niet op het Centrum, met het versoberen van programma Autoluw onder andere tot gevolg, alsook programma’s Groen en Luchtkwaliteit. Door de problematiek met de kades en bruggen waar veel geld voor is vrijgemaakt en ook andere werkzaamheden zijn opgeschoven, had wethouder Dijksma begin dit jaar, voor corona, met beschikbare ruimte van 85 miljoen voor 400 miljoen aan aanvragen voor programma’s. Wat de begroting in het groot is, dramatisch financieel plaatje, is het SMF in het klein, met ook hier jaarlijkse verschuivingen in inkomsten en uitgaven, waar nu, na de kades en bruggen-problematiek, de coronacrisis bovenop komt. Verschil is dat wethouder Mobiliteit Dijksma dit niet kan oplossen zoals de coalitie doet in begroting 2021 met zelfs zeer hoge extra inkomsten en uitgaven. Wethouder Mobiliteit Dijksma zal keuzes moeten maken, en legt dit voor aan de gemeenteraad bij de Voorjaarsnota 2021, mei-juni volgend jaar.

Update: de Beantwoording technische vragen Begroting 2021 Amsterdam (PDF 0,5 MB) is binnen. Raadsleden krijgen de gelegenheid technische vragen te stellen, schriftelijk, ter ondersteuning van de behandeling in de gemeenteraad. Het college beantwoordt deze vragen schriftelijk. Dit kent veel verdieping, is zeer uitgebreid, voor de liefhebbers.

Door Rolf Uhlhorn

Simpele Amsterdammer